Vesting Naarden

Identificatie

Verdedigingslinie
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Objectnaam
A.a.5 Vesting Naarden
Objectnaam (alternatief)
Naarden
Afbeelding
Naarden Utrechtse poort
Objecttype
Objecttype (trefwoord)
vestingstad
NHW-code
A.a.5
RM-code
338692
Bouwkundige staat
intact
Monument type
rijksmonument
Bijzonderheden algemeen

Vesting Naarden is de meest gave en complete vesting van Europa. Met zijn zes bastions, dubbele omwalling en dito vestinggracht ligt het stadje als een aardse ster in het landschap. Elk bastion is een vijfhoekige uitbouw van de vestingmuur, bedoeld voor verdediging van de eerste of ‘kapitale’ gracht. Hierin liggen driehoekige forteilandjes (ravelijnen), vanwaar de kwetsbare lange muren tussen de bastions (courtines) bewaakt werden.

Alles, ook de stad binnen de vestingwallen, ademt geschiedenis. De bastions bevatten diverse ondergrondse kanonkelders uit de zeventiende eeuw en kazernes, kanonstallingen, munitiemagazijnen en andere bomvrije bouwwerken uit de negentiende eeuw. Verder veel bomvrije gangen (poternes), wachtlokalen annex schuilplaatsen, kruithuizen en kazematten: overdekte ruimtes met schietgaten voor vuurwapens, ook in gebruik als slaapplaats voor manschappen.

Ten tijde van de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie moest de vesting het hoger gelegen land rond Naarden en de Naarder Trekvaart verdedigen en zo een doorbraak richting Amsterdam verijdelen.

Het grotendeels vrij toegankelijke bolwerk, als geheel nog altijd staatseigendom, is op zichzelf eigenlijk al een openluchtmuseum. Maar wie alles wil weten over dit bijzondere erfgoed en zijn geschiedenis kan terecht in het Nederlands Vestingmuseum op bastion Turfpoort. De Hollandse Waterlinie komt aan bod in kazemat Z.

Locatie

Linie
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Provincie
Noord-Holland
Gemeente
Naarden
Plaats
Naarden
Eigenaar

Diverse eigenaren van de verschillende onderdelen.

X-Y coördinaten
52.29722;5.16064
Bijzonderheden

De vestingstad ligt op een strategische plek, tussen de Zuiderzee in het noorden en uitgestrekte moerasgebieden in het zuidwesten, op de grens van graafschap Holland (nu zo’n beetje Noord- en Zuid-Holland). De enige doorgang naar het westen liep hier via Naarden, dat dus extra kwetsbaar was voor vijandelijke aanvallen. Om die reden was het een belangrijke garnizoensstad.

Samen met Muiden en Weesp vormde Naarden een vestingdriehoek ter bescherming van Amsterdam. Tijdens de Oude Hollandse Waterlinie speelde Naarden hierin de centrale rol. Ten tijde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie nam Vesting Muiden die taak over.

Omdat de wapentechniek zich in hoog tempo ontwikkelde, kreeg de vesting eind negentiende eeuw extra ondersteuning van het Offensief voor Naarden (1870) in het zuiden, Fort Ronduit (1875) pal noordelijk en de Batterijen aan de Karnemelksesloot (1875) in het zuidwesten.

Ingegeven door de nieuwe manier van oorlog voeren tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd tussen 1915 en 1918 nog zuidelijker Infanteriestelling De Franse Kamp ingericht. Op haar beurt moest dat het Offensief en de verouderde vesting beschermen. De stelling omvatte twee parallelle loopgraven en zo’n zestig betonnen groepsschuilplaatsen. Daarin konden 8 of 16 man schuilen voor granaatvuur. Zij moesten door het Spanderswoud oprukkende vijanden de pas afsnijden.

Historie object

Bouwjaar
1674
Bouwperiode
Bouwperiode vóór 1815
Oorspronkelijke functie

verdediging zeedijk, Naarder trekvaart, heuvelrug, ondersteuning offensief

Oorspronkelijke bezetting

onbekend

Aantal geschut
onbekend

Bijzonderheden

Bijzonderheden historie object

Naarden kent een bewogen geschiedenis. Van de Hoekse en Kabeljauwse twisten in de veertiende en vijftiende eeuw tussen notabelen uit graafschap Holland tot de inval van Napoleon was het stadje keer op keer inzet van felle strijd en werd het diverse keren verwoest en weer opgebouwd.

De inval van de Spanjaarden in 1572 was aanleiding de garnizoensplaats als vesting te herbouwen naar oud-Italiaans model: met kleine bastions en daartussen langgerekte stenen muren tegen stevige aarden wallen, het geheel omgeven door een vestinggracht.

Evengoed zagen de Fransen honderd jaar later kans de vesting te veroveren. De waterlinie bij Muiden was echter wel succesvol: het belangrijkste wapenfeit van de Oude Hollandse Waterlinie.

Na de bevrijding van Naarden door Willem III (1673) kwam een volledig nieuwe vesting van de grond. De huidige vorm stamt grotendeels uit die tijd. Toch was Napoleon de volgende die in 1795 bezit nam van de vesting, waarna in 1813 opnieuw een bloedige slag om Naarden volgde.

Een onneembare vesting was Naarden dus bepaald niet. Toch paste zij vanwege haar strategische locatie goed in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De laatste aanpassingen stammen uit de jaren 1871-1880, samen goed voor 2 miljoen gulden.

Waardering

Waardering
uniek
Omschrijving waardering

Het is aan de Menno Coehoornstichting te danken dat Vesting Naarden nog bestaat, anders waren de vestingwerken tegen de vlakte gegaan. Intussen is het rijksmonument een beschermd stadsgezicht, dat veel bezoekers en toeristen trekt. Fameus zijn de prachtig gerestaureerde, slechts met gras begroeide geometrisch gevormde aardwerken.

Een bezoek aan het Vestingmuseum legt de veelal zeventiende-eeuwse ondergrondse geheimen van de vesting bloot, zoals een goed geconserveerde, 61 meter lange ‘luistergang’ in de bastionwal, met kruit en kanonnen onder handbereik. Een andere gang leidt naar het ‘waterpoortje’ met aanlegsteiger.

Bijzonder zijn ook de twee gemetselde dammen (beren) in de vestinggracht (1877). Deze lagen in het verlengde van de voormalige zeedijk en scheidden zout van zoet water. De puntige bovenzijde (ezel) en de stenen torentjes (monniken) – nog zichtbaar op de westelijke beer – moesten waaghalzen ontmoedigen.

Alleen op bastion Nieuwe Molen zijn enkele bouwwerken opgeofferd voor een parkeerplaats. Op de overige bastions is een diversiteit aan zeventiende- en negentiende-eeuwse bebouwing te vinden, zoals sluizen, bruggen, poternes, kanonkelders, een arsenaal, een brandspuithuis, ijskelders met kruitmagazijn, een militaire bakkerij en slagerij, een kazerne met hospitaal enzovoort.

De vesting beschikte tot 1915 over twee stadspoorten, waarvan alleen de Utrechtse Poort behouden is. In 1939 is er een gat (coupure) gemaakt in de omwalling, de ‘Doorbraak’, voor een derde toegangsweg, richting Bussum.

Het is fraai wandelen over de verdedigingswerken. Het Waterliniepad voert over de wal langs de binnenste gracht (enveloppe).