Infanteriestelling tussen Rijnauwen en Vechten

Identificatie

Verdedigingslinie
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Objectnaam
C.c.6 Infanteriestelling tussen Rijnauwen en Vechten
Objecttype (trefwoord)
Bouwwerken
NHW-code
C.c.6
Huidige functie
recreatie
Bouwkundige staat
intact
Bouwkundige staat in
2013
Monument type
Bijzonderheden algemeen

Een infanteriestelling bestond uit een linie van veldversterkingen voor voetsoldaten. Ze bevonden zich veelal tussen de forten in. De basis voor de infanteriestelling tussen de forten Rijnauwen en Vechten was een dubbele loopgraaf van noord naar zuid. Van hieruit moest (extra) verdediging van de Houtense Vlakte plaatsvinden. Van de loopgraven is nagenoeg niets over, maar de tientallen groepsschuilplaatsen en kazematten bewijzen dat zich hier ooit zo’n stelling bevond. De schuilplaatsen boden dekking, de kazematten waren bedoeld voor een kanon of mitrailleur. Ze vormen een betonnen lint door het landschap.

Locatie

Linie
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Provincie
Utrecht
Plaats
Bunnik
Eigenaar

onbekend

Bijzonderheden

De Houtense Vlakte vormde, net als het hoger gelegen en niet onder water te zetten gebied rond Vesting Naarden, een zwakke schakel in de waterlinie. Reden waarom juist hier een grote concentratie betonwerken verrees.

Zuidelijk van de Kromme Rijn en Fort Rijnauwen strekte de stelling zich uit tot Fort Vechten.

Aan de oostkant bevinden zich vooral kleine groepsschuilplaatsen uit 1918. Hier konden 8 man in schuilen voor vijandig vuur. Meestal zaten er maar vier in, omdat ze werden gebruikt voor het wachtlopen. Een eind erachter, waar ooit de tweede loopgraaf zich bevond, is vooral de dubbele uitvoering te zien, met twee ingangen en ruimte voor 16 man.

De verdedigingswerken maakten deel uit van een doorlopende stelling tussen Fort Ruigenhoek in het noorden en Fort bij ’t Hemeltje in het zuiden.

Historie object

Bouwjaar
1914
Bouwperiode
Bouwperiode 1914-1918
Bouwmateriaal
beton
Bouwmateriaal (trefwoord)
gewapend beton
Oorspronkelijke functie

Deze stelling van dubbele loopgraven was bedoeld om de niet-inundeerbare terreinstrook, een oeverwal van de Kromme Rijn, af te sluiten en te verdedigen.

Oorspronkelijke bezetting

onbekend

Aantal geschut
onbekend

Bijzonderheden

Bijzonderheden historie object

Toen de forten eind negentiende eeuw niet bestand bleken tegen het moderne geschut, verloren ze hun oorspronkelijke functie. Tijdens de mobilisatie van 1914-18 veranderden de meeste in infanteriesteunpunten. Tussen en voor de forten en vestingen werden veldversterkingen aangelegd voor een veldleger met geschut en munitie. De versterkingen bestonden uit loopgravenstelsels met prikkeldraadversperringen, groepsschuilplaatsen, (open) opstelplaatsen voor geschut, in 1939-40 aangevuld met groepsnesten, vechtwagenversperringen en tankgrachten. Groepsnesten waren met hout beklede, grillig gevormde loopgraven voor 11 man met geweren en een lichte mitrailleur.

De infanteriestelling dateert van 1914-1918. Tussen 1936 en 1938 is een aantal groepsschuilplaatsen uit die periode omgebouwd tot mitrailleurkazemat, een betonnen onderkomen voor opstelling van een mitrailleur.

Tijdens de mobilisatie van 1939-1940 zijn enkele steviger groepsschuilplaatsen van gewapend beton toegevoegd. Vanwege hun karakteristieke vorm staan ze ook wel bekend als ‘piramides’. Ook resten van een tankgracht, een hindernis voor tanks, en van een koepelkazemat stammen uit deze periode. De gietstalen koepel met schietgat voor een mitrailleur is, net als de meeste andere, door de Duitsers gesloopt voor hergebruik in de oorlogsindustrie.

Waardering

Waardering
bijzonder
Omschrijving waardering

De dubbele rij schuilplaatsen en kazematten die over is van de stelling geeft een goede indruk van de rond de Eerste Wereldoorlog veranderde manier van oorlog voeren. Hoewel Nederland hierin geen rol speelde, was het opperbevel goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de rest van Europa.

Anders dan bij Fort Rijnauwen, is het vrije schootsveld van de stelling nog intact, waardoor zij goed herkenbaar is in het landschap.

Naast de twee typen schuilplaatsen uit 1918, voor 8 en 16 personen, zijn er twee bijzondere exemplaren. Eén uit 1915, de ander van een jaar later. Ook de resten van drie mitrailleurkazematten (zonder stalen koepel) uit 1939 zijn er nog.

Een deel van de tankgracht voor de stelling en een betonblok van een tankversperring op de nabijgelegen Rijnauwenselaan zijn eveneens bewaard gebleven.

De betonwerken zijn vanaf deze weg goed te zien. Nog beter zijn ze te bekijken vanaf het speciaal aangelegde Bunkerpad. Het woord ‘bunker’ komt overigens uit het Duits. De juiste Nederlandse termen zijn: kazemat en groepsschuilplaats.

Documentatie

Literatuur

Sterk Water: De Hollandse Waterlinie, Chris Will [red. commissie: Bert van den Berg ... et al.]Uitg. in samenw. met Projectbureau Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie. - Met lit. opg., reg.