Militaire geschiedenis algemeen

Schijnbaar willekeurig liggen de restanten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie nu verspreid in het landschap. Ze zijn deels verborgen: ze vallen niet op en zijn nauwelijks of niet zichtbaar. Maar de ligging van de verschillende onderdelen van de Linie is zeker niet toevallig. Er bestaat een (historisch gegroeide) organisatorische samenhang en een onderliggende structuur in het landschap die niet zonder meer zichtbaar is. In die niet-zichtbare organisatie en de bijna onzichtbare structuur van dat militaire landschap schuilt het ware geheim van de Waterlinie. Want door de nauwgezette achterliggende (geheime) organisatie zijn de voorwaarden geschapen om het systeem in werking te laten treden. Het geheim van de Waterlinie is: ze is er wel, maar je ziet haar niet!

De forten en betonnen 'bunkers' zijn de meest zichtbare en tastbare objecten van het voormalige militaire stelsel. Ze waren verboden terrein voor de burger, stonden niet op de civiele kaart en er mocht niet worden gefotografeerd. Zelfs de meeste militairen die op de forten werkten, kenden de ins and outs van de forten niet.

Veel van de waterstaatkundige werken zijn vanaf de openbare weg weliswaar niet zichtbaar, maar ze zijn in ons polderlandschap als het ware altijd vanzelfsprekend aanwezig geweest. Van een (deels) militaire functie van de sluizen had de gemiddelde Nederlander geen benul. De (virtuele) inundatie- en schootsvelden waren nimmer zichtbaar. Ze bestonden slechts uit de jaar in, jaar uit geëxploiteerde weidegronden en het bouwland.

De Waterlinie wordt pas zichtbaar wanneer ze daadwerkelijk in werking wordt gesteld. Tijdens een mobilisatie werden de verdedigingswerken in gereedheid gebracht. Soldaten werden in stelling gebracht en - bij oplopende spanning zoals in 1914 – inundaties gesteld. Een oud-militair vertelt:

“…Overdag betekende dit bomen verwijderen, grachten uitdiepen, het landschap rondom het fort in orde maken voor verdediging. Daarnaast waren er alledaagse klussen. Voor alle manschappen moest er eten, beddengoed en uniformen zijn. Wasgelegenheden en toiletten moesten schoon worden gehouden. In de slaapzalen stonden ijzeren kribben. De soldaten vulden hun matrassen met stro; ze dansten op de zak om het stro zo plat mogelijk te krijgen. De matrassen gingen twee maanden mee voordat het stro in stof veranderde. In de avonduren was er op het fort weinig vermaak. Om tien uur ging het licht uit; voor de jonge soldaten veel te vroeg. Meestal werd er volop gekaart, er waren taalcursussen en af en toe theater of cabaret…”