Hoe werkte de Waterlinie?

Stelsel van verdedigingswerken

Een militaire verdedigingslinie is een lineair stelsel van aaneengeschakelde verdedigingswerken, vaak voorzien van hindernissen. De belangrijkste hindernis van de Waterlinie is de waterbarrière.

Verdediging met het water

Voor een waterlinie wordt een reeks aaneengesloten stroken polderland opzettelijk onder water gezet (geïnundeerd). Deze stroken worden beveiligd door verdedigingswerken en troepenopstellingen. Zo’n waterbarrière was 3 tot 5 kilometer breed en slechts 30 tot 60 centimeter diep (kniehoogte). De onder water gezette velden waren zó breed dat de vijand er niet overheen kon schieten en zó ondiep dat de waterplas onbevaarbaar was. Bovendien werden sloten en greppels in het modderwater onzichtbaar, zodat waden verraderlijk was.

Verdediging langs het water

Op de kwetsbare punten in de Linie kon de vijand via rivieren, dijken en hooggelegen gronden toch in de Linie doordringen. Daarom werden op deze zogenaamde accessen of toegangen forten gebouwd. De forten werden goed gecamoufleerd. Beren en monniken vormden extra hindernissen voor de vijand. Vanuit de forten grendelden de verdedigers met geschut de doorgang af en beschermden ze de inundatiesluizen. Zo kon men met relatief weinig manschappen een groot gebied verdedigen. De belangrijkste bestanddelen van een waterlinie zijn dus water, forten, geschut en niet te vergeten: gespecialiseerde manschappen.

Manschappen

De Nieuwe Hollandse Waterlinie kende een permanente bezetting van ongeveer 12.000 man. In tijden van internationale spanning kwamen er 6000 manschappen bij. Tijdens oorlogsdreiging werd de Linie op “organieke sterkte” gebracht. Dit betekende dat er 33.000 tot 36.000 man gelegerd waren. Tijdens de mobilisatie van WOI telde de Waterlinie tussen 1916 en 1918 zelfs 70.000 man.

Verboden Kringen

Om in oorlogstijd vrij schootsveld in de Linie te hebben, was het gebied rond de verdedigingswerken ingedeeld in zones van driehonderd, zeshonderd en duizend meter. Dit waren de Verboden Kringen. In deze gebieden golden allerlei bouw- en beplantingsvoorschriften. Binnen een kring van 300 meter mochten bijvoorbeeld alleen houten huizen worden gebouwd. In geval van oorlog konden alle obstakels, zoals huizen, gebouwen en bomen binnen de drie kringen zonder pardon worden afgebroken of verbrand.

Er zijn helaas geen resultaten.